...vinden de binnenvaartaktiviteiten van de groep Plouvier hun oorsprong wanneer Prosper Plouvier Senior investeerde in enkele schepen. Sinds het begin van de 20e eeuw werden filialen opgericht in Duitsland en Nederland, deze werden beheerd door respectievelijk Prosper Junior en Désiré Plouvier. Bij het uitbreken van WO 1 had de groep Plouvier zich al behoorlijk ontwikkeld en beschikte al over een ruim aantal schepen.
...vond de groep terug zijn elan en kon aldus profiteren van de wederopbouw van West-Europa. Na het overlijden van Prosper Plouvier Senior in 1936, werden de zaken behartigd door twee van zijn zonen, namelijk Prosper Junior en Désiré.
...nam de groep een zeer snelle vaart met een hoogtepunt waar naar schatting tussen 500 en 600 schepen deel uitmaakten van de vloot. Ook werd een poging gedaan om de stap te zetten naar de zeevaart, met de bouw van verschillende vrachtschepen met een tonnemaat van 16.000 ton.
.... werd door de overname van diverse bevrachtingskantoren (EICC, Swintank, Intertrans Tankschiffahrt en Verol) de intentie om toekomstig een rol te spelen op het internationale vlak bestendigd.
Inmiddels werd deze lijn doorgetrokken door diverse investeringen in nieuwbouw dubbelwandige schepen zowel in eigen regie als in samenwerking met particuliere ondernemers.